Spelregels

Schaken regels: schaakbord opstelling, stukken en schaakmat

Hier vind je de schaakregels voor beginners: hoe het schaakbord ligt, de opstelling van de stukken, hoe elk stuk loopt en wanneer het schaakmat is. Een schaakbord heeft 64 vakjes en je speelt met 32 schaakstukken, 16 per speler.

Hoeveel vakjes heeft een schaakbord?

Een schaakbord heeft 64 vakjes: 8 rijen van 8 vakjes. De helft is licht en de helft donker, dus 32 lichte en 32 donkere vakjes. Anders dan bij dammen speel je op alle vakjes. Vakjes, velden of vlakken: het gaat om hetzelfde.

Schaakbord in cijfers
Vakjes64
Lichte vakjes32
Donkere vakjes32
Lijnen (kolommen)8, a tot en met h
Rijen8, 1 tot en met 8
Schaakstukken per speler16
Schaakstukken totaal32
Soorten stukken6

Hoe moet een schaakbord liggen?

Met een licht vakje rechtsonder, bij allebei de spelers. Ligt er bij jou rechtsonder een donker vakje, draai het bord dan een kwartslag. Ligt het voor jou goed, dan ligt het voor je tegenstander ook goed.

Hoe heten de vakjes op een schaakbord?

Elk vakje heeft een naam van een letter en een cijfer. De lijnen heten a tot en met h, van links naar rechts gezien vanaf wit. De rijen heten 1 tot en met 8, vanaf de kant van wit. Het vakje linksonder bij wit is a1, het vakje rechtsboven h8. Zo schrijf je een partij op: hoe dat werkt, lees je bij de schaaknotatie.

Hoeveel vierkanten zitten er in een schaakbord?

Tel je alleen de vakjes, dan zijn het er 64. Tel je alle vierkanten van elke grootte mee, van 1 x 1 tot en met 8 x 8, dan zijn het er 204: 64 + 49 + 36 + 25 + 16 + 9 + 4 + 1.

Hoeveel schaakstukken zijn er?

Een schaakspel heeft 32 stukken: 16 witte en 16 zwarte. Elke speler heeft 1 koning, 1 dame, 2 torens, 2 lopers, 2 paarden en 8 pionnen. Wit speelt met de lichte stukken, zwart met de donkere.

Schaakstukken per speler
StukPer spelerAfkortingZo loopt het
Koning1K1 vakje in elke richting
Dame1DRecht en schuin, zo ver als het vrij is
Toren2TRecht, zo ver als het vrij is
Loper2LSchuin, zo ver als het vrij is
Paard2PIn een L-vorm, springt over stukken heen
Pion8geen letter1 vakje vooruit, slaat schuin vooruit

Hoe heten de schaakstukken?

Koning, dame, toren, loper, paard en pion. De dame heet ook wel koningin. Schrijf je zetten op, dan gebruik je de beginletter: K, D, T, L en P. Een pion krijgt geen letter.

Schaakbord opstelling: zo zet je de stukken neer

Zo zet je een schaakbord op, in 7 stappen:

  1. Leg het bord neer met een licht vakje rechtsonder.
  2. Zet je 8 pionnen op de tweede rij voor je: wit op rij 2, zwart op rij 7.
  3. Zet de 2 torens in de hoeken van de rij het dichtst bij je: wit op rij 1, zwart op rij 8.
  4. Zet de 2 paarden naast de torens.
  5. Zet de 2 lopers naast de paarden.
  6. Zet de dame op het middelste vakje dat haar eigen kleur heeft: de witte dame op het lichte vakje d1, de zwarte dame op het donkere vakje d8.
  7. Zet de koning op het laatste lege vakje, naast de dame: wit op e1, zwart op e8.

Zwart staat precies tegenover wit: dame tegenover dame, koning tegenover koning.

Schaakbord opstelling: de witte stukken op rij 1 en 2 en de zwarte stukken op rij 7 en 8, met de witte dame op d1, de witte koning op e1, de zwarte dame op d8 en de zwarte koning op e8. Rechtsonder ligt een licht vakje.
Beginopstelling van het schaakspel, met de lijnen a tot en met h en de rijen 1 tot en met 8 langs de rand.

Staat de dame op wit of op zwart?

Op haar eigen kleur. De witte dame begint op een licht vakje (d1), de zwarte dame op een donker vakje (d8). Een geheugensteuntje: de dame bekent kleur.

Waar staat de koning bij schaken?

Naast de dame, op het laatste lege vakje van de achterste rij: wit op e1, zwart op e8. De witte koning staat daardoor op een donker vakje en de zwarte koning op een licht vakje.

Wie begint bij schaken?

Wit doet de eerste zet. Daarna zetten jullie om en om. Wie met wit speelt, spreek je vooraf af.

Hoe lopen de schaakstukken?

Je zet om de beurt 1 stuk. Op een vakje met een eigen stuk mag je niet komen. Kom je op een vakje met een stuk van je tegenstander, dan sla je dat stuk en haal je het van het bord.

  1. Koning. 1 vakje in elke richting, recht of schuin.
  2. Dame. Recht en schuin, over de hele lijn, rij of diagonaal, zolang er niets in de weg staat.
  3. Toren. Recht vooruit, achteruit of opzij, zo ver als de vakjes vrij zijn.
  4. Loper. Alleen schuin, zo ver als de vakjes vrij zijn. Een loper blijft daardoor altijd op dezelfde kleur.
  5. Paard. In een L-vorm: 2 vakjes recht en dan 1 opzij. Het paard springt over andere stukken heen.
  6. Pion. 1 vakje recht vooruit, naar een leeg vakje. Bij zijn eerste zet mag een pion ook 2 vakjes vooruit. Slaan doet een pion schuin vooruit, 1 vakje.

Mag een paard over andere stukken springen?

Ja. Bij een gewone zet is het paard het enige stuk dat dat mag, over je eigen stukken en over die van je tegenstander. Het slaat alleen het stuk op het vakje waar het landt. Dame, toren en loper mogen niet over andere stukken heen.

Mag een pion achteruit?

Nee. Een pion gaat alleen vooruit, ook als hij slaat.

Rokeren, en passant en promotie

Hoe werkt rokeren?

Bij rokeren zet je in één beurt je koning en een toren. De koning gaat 2 vakjes opzij, naar de toren toe, en de toren springt over de koning heen naar het vakje ernaast. Met de toren aan de kant van de koning heet dat de korte rokade (0-0), met de toren aan de kant van de dame de lange rokade (0-0-0).

Rokeren mag niet meer als de koning of die toren al een zet heeft gedaan. Het mag even niet als je koning schaak staat, als hij over een vakje gaat of op een vakje komt dat je tegenstander aanvalt, of als er een stuk tussen koning en toren staat.

Wat is en passant?

Zet een pion van je tegenstander bij zijn eerste zet 2 vakjes vooruit en komt hij naast jouw pion te staan, dan mag jouw pion hem slaan alsof hij maar 1 vakje was gegaan. Dat mag alleen bij je eerstvolgende zet.

Wat gebeurt er als een pion de overkant haalt?

Komt je pion op de laatste rij, dan vervang je hem in dezelfde zet door een dame, toren, loper of paard van je eigen kleur. Dat heet promotie. Je keuze hangt niet af van de stukken die al geslagen zijn: je kunt dus ook een tweede dame krijgen.

Schaak, schaakmat en pat

Val je met een stuk de koning van je tegenstander aan, dan staat die koning schaak. Je tegenstander moet dat meteen oplossen: de koning wegzetten, het aanvallende stuk slaan of er een stuk tussen zetten. Een zet waardoor je eigen koning schaak komt te staan of blijft staan, is niet toegestaan.

Kan je tegenstander de schaak op geen enkele manier opheffen, dan staat hij schaakmat en heb jij gewonnen. De koning wordt dus nooit echt geslagen. Wie opgeeft, verliest ook. Hoe je snel mat zet, zie je bij schaakmat in 2, 3 of 4 zetten.

Wat is het verschil tussen schaakmat en pat?

Bij schaakmat staat de koning schaak en kan er niets meer. Bij pat staat de koning niet schaak, maar kan de speler die aan zet is geen enkele zet doen. Pat is remise: gelijkspel.

Wanneer is het remise bij schaken?

  1. Jullie spreken het samen af, nadat allebei de spelers minstens 1 zet hebben gedaan.
  2. Pat: de speler aan zet kan niets en staat niet schaak.
  3. Niemand kan nog mat zetten, bijvoorbeeld als er alleen 2 koningen over zijn.
  4. Dezelfde stelling komt voor de derde keer op het bord, met dezelfde speler aan zet: dan mag je remise claimen. Bij de vijfde keer is het vanzelf remise.
  5. Er is 50 zetten lang door allebei de spelers geen pion verzet en niets geslagen: dan mag je remise claimen. Na 75 zetten is het vanzelf remise.

Thuis kun je samen afspreken welke van deze regels jullie gebruiken.

Kun je schaken op een dambord?

Alleen op een klein dambord van 8 x 8: dat heeft net als een schaakbord 64 vakjes. Een officieel dambord heeft 10 x 10 vakjes, en daarop past de opstelling van het schaakspel niet. Het hele verschil tussen een dambord en een schaakbord staat bij de dammen regels.

Zelf een schaakbord in huis

Wij printen een luxe schaakbord met 32 speelstukken: 16 lichte en 16 donkere stukken met een goudkleurige ring op de voet, op een speelvlak van 8 x 8 in twee helften die tegen elkaar sluiten. Uit dezelfde serie komt ook een luxe dambord met damstenen. Je vindt ze allebei bij de dam- en schaakborden.

Schaakbord met 32 speelstukken op het bord: lichte en donkere stukken met goudkleurige ringen, 3D-geprint in Den Haag
Ons schaakbord met de stukken opgesteld.